Every Week a new Book

Geen touw aan vast te knoppen

Wat is een goed fotoboek? Welke fotoboeken dwingen steeds
opnieuw tot aandachtig kijken. Voor het tijdschrift Hollands Licht
schreef Wil van Iersel over zijn favorite boeken.

Ik ben verliefd op fotoboeken waar je geen touw aan vast kunt knopen.
Mijn favoriete boeken bieden een verzameling foto’s, bij elkaar gebracht en op
volgorde gelegd. Op het eerste gezicht lijkt er geen verband te zijn tussen
de beelden, geen direkte aanleiding of kader waar binnen het boek gemaakt
is. Je bent als kijker overgelaten aan de willekeur van het beeld.
Het lijkt een geheim dat de fotograaf/samensteller deelt met de foto’s;
waar jij buiten staat en je uiterste best moet doen om er deelgenoot
van te worden. Het dagboek is de vorm waarin de samensteller het meest de
kijker tegemoet komt, moeilijker wordt het als het boek een glossarium van
bijeen gebracht beeld is. Dan moet je werkelijk zoeken naar de sleutel van
het werk.

Een goed boek is als een op zichzelf staand object, het presenteert zijn eigen
verhaal en is niet bedoeld als een terugblik, een catalogus van een oeuvre
dat definitief achter de rug is. Daar schuilt zelfs gevaar: een foto bedoeld als
uitvergroting aan een witte wand verliest zijn impact op de witte pagina’s,
waar hij nog eens de concurrentie met vele andere beelden aanmoet.
Boeken die ik spannend vind, laten de wereld indirect zien, de fotograaf
benaderd sociale en maatschappelijke problemen via een persoonlijke beeldtaal.
Ze bieden geen zekerheid, chronologie of houvast en geven de voorkeur aan
twijfel en vrije associatie. Zij dagen mij uit om achter de beeldcode te komen.
Ik ben gefascineerd door de vrijheid die de boekmaker zich permitteert
in het verwezenlijken van zijn ideeën; geen rekening houden met een publiek,
niet terugvallen op simplistische beeldtaal. Nee, vasthouden aan je streven
een eigen wereld te creëren, ook al begrijpt niemand die. Juist dat zijn
de boeken waar mijn liefde naar uit gaat, ze geven geen klaarheid,
er zijn geen antwoorden, hooguit opties. Als het goed is blijf ik
aan het eind met een aantal interessante vragen zitten die mijn
fantasie prikkelen.

Een van die boeken is U-NI-TY. De Duitser Michael Schmidt heeft foto’s
gemaakt en verzameld en deze samengebracht in een werkelijk kunstenaarsboek;
geen tekst op een korte inleiding na. Hij onderzoekt de relatie tussen het individu
en de staat: hoe kunnen we onze persoonlijkheid behouden in een maatschappij
die door de staat gecontroleerd wordt? Schmidt laat niet de individuele foto
het verhaal vertellen, het boek als geheel moet dat doen. Je bladert pagina
na pagina langs portretten, oude foto’s ontdaan van hun context maar
verwijzend naar de symboliek uit de nazitijd of de voormalige DDR.
Ze staan naast interieur- en exterieuropnamen. Je bladert door het boek
en vraagt je af waarom anonieme portretten van vrouwen en mannen naast
krantenfoto’s staan van politiek leiders of beelduitsneden van massa manifestaties.
Schmidt laat ons de vrijheid om het systeem van zijn boek te ontdekken.

De selectie van foto’s en de volgorde waarin hij ze presenteert is een van de
bouwstenen in zijn boek. Een andere bouwsteen laat mij kennis
maken met de taal van propaganda. En dan zijn er ook nog beelden
die niet eenduidig zijn, en de portretten, interieur- en exterieurfoto’s die de
structuur van dit boek nog complexer maakt. Je kunt het vergelijken met een
muziekstuk, dat je bestudeert en waarin je steeds meer nuances ontdekt.
De beelden in U-NI-TY krijgen allengs een nieuwe bestemming, ze zijn
onderdeel van een beeldverhaal geworden waarin Schmidt niet probeert de
geschiedenis te ontleden, maar ernaar streeft de kracht van het beeld te
gebruiken om vragen en gevoelens op te roepen. Uiteindelijk vallen de
beelden samen en geven me het pessimistische gevoel dat ook ik een dader
kan zijn, dat wij allemaal een radertje kunnen zijn van een terreurstaat.
De fotograaf getuigt niet van misstanden of zwakkeren in de maatschappij,
maar probeert de kijker te verleiden tot een vraag: wat zou ik doen in een
dergelijke maatschappij? U-NI-TY is misschien wel het sterkste sociale
document dat ik ken.

Fotos dat zijn herinneringen. In het boek Mémoires 1995 van Seiichi
Furuya staan foto’s uit zijn eigen archief, om in retrospectief het
verhaal van hem en zijn familie te vertellen. Niet in letterlijke zin, maar
op een gevoelsmatig wijze.
Stemmige beelden, portretten van zijn vrouw en zoon, landschappen,
straatbeelden en stillevens staan door elkaar heen en zijn niet
chronologisch geplaatst. Ze dienen niet als een overzicht van zijn oeuvre.
Furuya verteld op een subtiele manier het dramatische voorval dat zijn
familie trof. Je ziet het drama nergens direct, maar je merkt het in de
achtergrond van de portretten van zijn vrouw en in de opeenvolging van een
aantal beelden die bij mij donkere associaties oproepen. Zo wordt een serie
portretten van zijn vrouw Christine onderbroken door een terloops gemaakte
foto van een Nervenklinik in Oost-Berlijn, om vervolgens weer verder
te gaan met een portret van haar.
Op de volgende pagina staat een foto van een kerkhof, daarop volgen foto’s
van moeder en zoon, een interieur van een keuken. Een portret van Christine
in Wenen 1982 op een linker pagina en rechts een foto van een meisje met
pop, gemaakt op straat in Vennetië, 1979. Je vliegt op en neer in tijd en
onderwerpen, je legt associaties en verbanden tussen de beelden. Totdat je
een Japans altaar ziet met wierook en daarbij een portret van Christine. Dan
is duidelijk dat ze overleden is.
Nu ik dit weet kan ik het boek opnieuw bekijken en de foto’s die niet
eenduidig zijn betekenis geven. Het zijn eenvoudige intieme foto’s die mij
uitnodigen ernaar te kijken en ik wordt getroffen door de persoonlijke toon
van dit boek. Mooie foto’s, waarin ik liefde, passie en pijn ontdek.

Mijn laatste aanwinst is het boek van Peter Fischli en David Weiss en het
heet Bilder, Ansichten met als ondertitel Die sichtbare Welt .
In dit boek gaat het over de verbeelding van de wereld en de invloed van
fotografie op onze beeldvorming daarvan. Het lijkt of het Zwitsers duo een
doos met ansichtkaarten heeft omgedraaid, een archief heeft opgekocht van
een tijdschrift voor reislustigen, en af en toe zelf gefotografeerd heeft.
Kleurenfoto’s van blanke stranden, stadsgezichten, ruwe natuur, mooie
auto’s, voetbal, boeddha en piramides. Kinderen, een jonge kat, vlinders en
ga zo maar door. Sardonisch spelen Fischli en Weiss met de fotografie, door
te laten zien hoe glad en ideaal de wereld kan worden door het oog
van de camera. Het heeft even geduurd voordat ik er enige grip op had
en ik vermoed dat er nog meer te ontdekken valt, maar tot nu toe denk ik
dat er geen directe betekenis in de foto’s te vinden is. Het is niet de bedoeling
om de beelden op associatieve wijze te ontleden. Nee, je moet kijken naar
wat zichtbaar is en er verbaasd over zijn hoe mooi dat van zichzelf is. En
dat is een hele openbaring: een ironisch boek met alleen maar foto’s die hun
eigen cliché beeldtaal willen bevestigen, zonder diepere betekenis.

Henze Boekhouts Seconds first is voor mij een gekmakend boek. Ik sla
het open en bekijk het met een oog van vertedering, ik denk te zien wat de
fotograaf ziet: beeld, vorm en een bepaalde persoonlijke schoonheid. De
volgende keer sla ik het boek open, vol verwachting dat het zich weer geeft,
maar deze keer blijft het in een mysterieuze nevel hangen. Alles wat ik de
vorige keer zo mooi vond komt nu belachelijk en banaal over. Ongrijpbaar
gaat het boek zijn weg en moet ik de vraag weer stellen: waar gaat het hier
over, wat is dit? Langzaam kom ik er achter dat het niet van seconden
afhangt, maar van jaren. Het gaat om beeld in dit boek, beeld is Boekhouts
wijze van vertellen, en hij heeft een geheel eigen vocabulaire. Een
beeldtaal die niet romantisch of poëtisch is, hooguit jongensachtig. Hij
speelt en experimenteert met fotografie. Een foto van een zwevend kussen,
schaatsen op natuurijs, een dubbelopname met een rood kammetje, en dan maar
kijken hoe dat er allemaal op fotografisch papier uitziet. Door er vaak in
te bladeren, door er lang naar te kijken, vindt dit boek zijn plaats.
Ik weet nu hoe ik ernaar moet kijken en als mijn stemming er niet naar is, leg
ik het weg. Als mijn stemming goed is, kan ik in het boek lekker rondkijken
en geeft het een rijkdom aan interpretaties, schoonheid en associaties.

Het zijn deze boeken die mij als kijker en als fotograaf de ruimte geven om
er op voort te borduren, ze geven mij nieuwe gedachten en ideeën. Het
plezier om aan tafel te zitten en door een boek te bladeren waarvan ik niets
begrijp, maar dat er mooi en uitnodigend uitziet. Heel langzaam merk ik dat
ik grip krijg op het boek, ik zie de verbanden en de structuur en raak
enthousiast over de vele, subtiele mogelijkheden die fotografie biedt om een
verhaal te vertellen. Ja, natuurlijk wil ik dan ook een boek maken!

Mémoires 1995 , Scalo, ISBN 1-881616-54-1
U-NI-TY, Scalo, ISBN 1-881616-64-9
Bilder-Ansichten, Edition Patrick Frey, ISBN 3-905509-07-5
Seconds First, ISBN 90-6579-041-1-GEB.

publicatie: Hollands Licht, 3, 1999.

geen-touw-aan-vast-te-knopen.doc

Advertenties

1 reactie

  1. goed man!

    Reactie door oli — augustus 14, 2007 @ 3:00 pm


RSS feed for comments on this post.

Sorry, the comment form is closed at this time.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.